Gezondheid & Welzijn

Taille-heupverhouding

Twee metingen, een door de WHO gevalideerde cardio-indicator.

  • Direct
  • Gratis
  • Privé (lokaal verwerkt)
  • Zonder registratie

Cardiometabool risiconiveau (WHO)

Laag risico
Matig risico
Hoog risico

Twee metingen, en je weet meer dan met BMI

De vraag is niet alleen hoeveel vet, maar waar het zit. Buikvet is het gevaarlijkst voor hart en stofwisseling — en de taille-heupverhouding spoort het op met een simpel meetlint. De WHO gebruikt haar als officiële indicator van abdominale obesitas.

  1. Meet je taille

    Op het smalste punt of bij de navel, aan het eind van een normale uitademing.

  2. Meet je heupen

    Op het breedste punt van de billen, lint horizontaal.

  3. Lees je niveau af

    De verhouding verschijnt met jouw WHO-risicoband gemarkeerd.

WHO-drempels van de taille-heupverhouding

RisiconiveauMannenVrouwen
Laag< 0,90< 0,80
Matig0,90 – 0,990,80 – 0,84
Hoog (abdominale obesitas)≥ 1,00≥ 0,85

Een hoge verhouding is een signaal, geen diagnose: bespreek het met je arts, die het naast bloeddruk, glucose en lipidenprofiel legt. Combineer met BMI en vetpercentage voor het volledige beeld.

Veelgestelde vragen

Waarom de taille-heupverhouding in plaats van BMI?

BMI negeert wáár het vet zit. Buikvet (visceraal vet) omringt de organen en is metabool actief: het verhoogt het risico op hart- en vaatziekten en diabetes veel sterker dan heupvet. De verhouding vangt precies die verdeling.

Waar meet ik precies?

Taille: halverwege tussen de onderste rib en de bekkenkam (praktisch: op het smalste punt, of bij de navel), aan het eind van een normale uitademing. Heupen: op het breedste punt van de billen. Lint horizontaal, niet strak en niet los, staand.

Wat zijn de WHO-drempels?

De WHO definieert abdominale obesitas boven 0,90 voor mannen en 0,85 voor vrouwen — “substantieel verhoogd” risico. Onder 0,90/0,80 is het risico laag. Daartussen: de waakzone.

“Appel”- of “peer”-figuur — wat maakt het uit?

De appelfiguur (buikvet, hoge verhouding) is metabool riskanter dan de peer (heup- en dijvet, lage verhouding) — zelfs bij identiek gewicht en BMI. Dat is precies de waarde van deze aanvullende indicator.